Een paar oorhangers
Cartier Parijs, besteld in 1963
Platina, witgoud, geelgoud, diamanten, smaragden, zwart email, 5,20 x 1,89 cm
Genève, Collection Cartier, inventarisnr. EG 28 A63

Beide geslepen smaragden zijn oorspronkelijk afkomstig uit een broche die in 1939 ooit door Daisy Fellowes werd gedragen. Aanvankelijk waren ze gezet in een hoedenspeld, maar in 1945 werden ze gemoderniseerd door Cartier Londen die er druppels bezet met diamanten aan toevoegde ter versiering van het sluitinkje van een parelsnoer. Haar dochter, de gravin van Castéja, liet ze in 1963 uiteindelijk door Cartier Parijs omvormen tot oorhangers.

Margueritte Séverine Philippine werd in 1890 in Parijs geboren in een rijke, adellijke familie. Haar moeder was de steenrijke erfgename van het Singer naaimachinefortuin. Op haar twintigste trouwt ze met prins Jean de Broglie. Na de dood van haar man in 1918 hertrouwt ze in 1919 met Reginald Fellowes. Van 1920 tot en met 1930 verwezen de kranten regelmatig naar Daisy Fellowes als "de meest elegante vrouw ter wereld". Deze Parisienne had een opvallend goede smaak, getuigde van moed, was sportief, had gevoel voor humor en was op de koop toe auteur. Die eigenschappen bezorgden haar de reputatie van "modetrendsetter" toen ze vanaf 1933 als moderedactrice bij Harper?s Bazaar ging werken. Ze was zo berucht om haar juwelencollectie dat journalisten steevast voor de nieuwste trends op dit gebied naar haar verwezen. Ze was vooral dol op juwelen in hindoestijl, zoals bijvoorbeeld de grote halsketting die op een vorige expositie van de AWDC al eens werd tentoongesteld. Naar verluidt heeft ze dit sieraad slechts eenmaal gedragen, in 1951, op het gemaskerd bal van Carlos de Beistegui in Venetië.

De armband in zogenaamde draperiestijl van Van Cleef en Arpels die Daisy Fellowes in de jaren 1920 bestelde, werd opnieuw geïntroduceerd door het juweliershuis en is vandaag de dag nog altijd een hot item.


 

Created by seesite

-->